De stappen van je leerlingen richting hun doel
SLEUTELBEGRIP
Maak de verandering kleiner,
maak hem zo klein mogelijk.
GOED OM TE WETEN
Soms zitten we vast omdat de afstand tussen waar we zijn en waar we willen zijn
te groot lijkt.
Afstanden worden kleiner op een simpele manier: stap voor stap. De weg vooruit
is simpel: wees duidelijk over de volgende stap, neem de stap en doe hetzelfde
voor de volgende stap en de volgende totdat je je doel bereikt hebt.
Door deze aanpak te gebruiken hoeven we ons geen zorgen te maken over de
enorme afstand, maar alleen over de heel kleine, uitvoerbare, volgende stap. Op
deze manier wordt veranderen haalbaar.
EEN PAAR VRAGEN
Aan de leerlingen
Op een schaal van 0 tot 10, waar 10 staat voor volledig je doel behalen en 0 voor het
tegendeel:
• Waar sta je nu? (X)
• Wat werkt waardoor je niet op X-1 (of X-5) staat, maar op X?
• Wat doe je/wat denk je/wat heb je in huis waardoor je op X staat?
• Waaraan merk je dat je een (kleine) stap verder dan X bent op de schaal?
• Wat doe je dan?
Aan het werk met oplossingsgerichte klassenactiviteiten
Activiteit 12. Werken aan wat werkt (WaWW), deel B
Het tweede deel van WaWW gaat over het gebruik van een schaal van 0 tot 10
waarbij vooruitgang gemeten wordt.
We keren terug naar het gezamenlijk overeengekomen doel ‘We zijn respectvol
naar elkaar’ (zie deel A, activiteit 10).
Vraag de leerlingen waar ze zich op dit moment als groep met betrekking
tot dit onderdeel op de schaal bevinden. Op de schaal staat 10 voor een zeer
respectvolle groep en 0 is het tegenovergestelde daarvan. Wat denkt iedereen?
Wat vindt iedereen? De onduidelijkheid van het begin met veel heen-en-weer-
gepraat, zal op een gegeven moment plaatsmaken voor een algemene keuze
voor een getal. Laten we zeggen dat de groep kiest voor een 7.
Schrijf dat getal op het bord en vraag de leerlingen dan om terug te denken
aan recente voorbeelden van respectvol gedrag. Per slot van rekening hebben
ze een 7 gezegd en niet een 0 dus het moet al redelijk goed gaan in de groep.
Verzamel zoveel mogelijk voorbeelden. Blijf verhalen ontlokken door het vol-
gende te doen: blijf vragen ‘wat nog meer?’ en complimenteer leerlingen die
met voorbeelden komen.
Uiteindelijk vraag je de leerlingen waaraan merken dat ze vooruitgang boeken
op deze schaal. Hoe weet de klas dat ze op een 8 zitten? Hoe weten ze dat ze op
een 9 zitten?
En weer: verzamel specifiek gedrag van de leerlingen en schrijf het op zodat
iedereen het ziet. Wat doen ze dan meer of wat gaan ze voor het eerst doen of
zeggen, of juist niet doen of niet zeggen, enzovoorts? Jullie zullen als groep aan
dit gedrag werken, dus de leerlingen samen met jou als leerkracht.
Zorg dat je de momenten ziet waarop leerlingen zich reeds ‘hoger dan een 7’
gedragen en dat je dit deelt met de groep. Dit normaliseert het nieuwe gedrag
en maakt vooruitgang het nieuwe ‘normaal’.
Vergeet niet dat kinderen van uitdaging houden. Wees daarom niet bang om
van tijd tot tijd op te merken wat ze goed doen en daag ze uit dit nog veel
vaker te doen. Maak bijvoorbeeld opmerkingen zoals: ‘Goed gedaan! Jullie zijn
erg respectvol, misschien een 8 vandaag? Kunnen jullie de 9 halen?’ Of met een
opmerking zoals: ‘Niemand heeft in het afgelopen uur mij of iemand anders
geïnterrumpeerd, kunnen we dat nog een uur volhouden?’
Uit: Vertrouwen in ieder kind Paolo Terni & Ella de Jong
Hoofdstuk 6
Juffertje Eekhoorn durft te springen
Ingrediënt voor verandering 3:
Duidelijkheid over de volgende stap
Bij de oplossingsgerichte aanpak is de schaalvraag omtrent de gewenste toekomst een van de belangrijkste vragen die je kunt stellen (aan leerlingen en aan jezelf als leerkracht). Bedenk dat voor iedereen de perfecte 10 er anders uit ziet. Bijna niemand gaat voor de 10. Een 9 bereiken of een 7 is in sommige gevallen ook al heel fijn en zeer waardevol. Het is de autonomie van de leerling (en van de leerkracht) die ook hier duidelijk aanwezig is.
Het belangrijkste is dat er kleine details genoemd worden die haalbaar zijn om uit te proberen of die zelfs al gebeuren!
In ieder geval heeft de leerling zélf antwoord gegeven. De kunst voor ons als leerkracht, coach, begeleider, is, om stil te zijn en aan te moedigen om nog meer, nog meer, nog meer te noemen.